'Invloed op ontwikkelingen Rivierenland'

Conclusie en samenvatting themabijeenkomst 26 maart 2003

De kennismeeting Ontwikkeling Rivierenland van 26 maart j.l. is georganiseerd in de veronderstelling dat veel burgers en ondernemers, ook buiten verkiezingsperioden, behoefte hebben aan betrokkenheid bij belangrijke (regionale) ontwikkelingen. Voor de initiatiefnemers van deze meeting was deze bijeenkomst een testcase, die bij gebleken succes valt te herhalen.

De grote opkomst, de hoogwaardige kennisoverdracht via de formule 'Wetenschap, Overheid en Markt' en de reacties na afloop wettigen de conclusie dat dit concept vaker kan worden gehanteerd. Gedeputeerde Peters en voorzitter Fernhout van de Kamer van Koophandel Tiel zouden graag op korte termijn zo'n kennismeeting willen wijden aan het thema 'Rivierenland=Toeristenland'.

Samenvatting
Hoofdvraag op 26 maart was, welke factoren bepalend zijn voor de ontwikkeling van Rivierenland en in welke mate daarop invloed is uit te oefenen. In onderstaande samenvatting worden verschillende beleidsfactoren genoemd en cursief weergegeven als resultante van de vier inleidingen tijdens deze bijeenkomst verzorgd door prof. Atzema (Universiteit Utrecht), gedeputeerde Peters (provincie Gelderland), mevrouw Dumont (provincie Gelderland) en de heer Fernhout (voorzitter Kamer van Koophandel Tiel).

Moeilijk te beïnvloeden factoren
De factoren (1) economische groei en (2) stuurkracht van de overheid hebben een aanzienlijke impact op de ontwikkeling van gebieden, maar laten zich moeilijk door beleidsstrategieën beïnvloeden. Zij hebben daarom een grote onvoorspelbaarheid op toekomstige ontwikkelingen. Om toch meer zicht te krijgen op die ontwikkelingen, ondanks genoemde onzekerheden, is het beschrijven van scenario's een methode die daarbij kan helpen. De nota 'Nieuwe bruggen naar de toekomst' van de provincie Gelderland werkt dit principe uit in een viertal scenario's die sterk uiteenlopende beelden schetsen van hoe de provincie er anno 2025 voor staat op het gebied van 'maatschappelijke orde', 'menselijke contacten', 'regionale perspectieven' en 'relevante beleidsthema's'.

Voor het Rivierenland geven elk van deze scenario's aan, dat het gebied door zijn waterlandschap gevrijwaard blijft van intensieve verstedelijking. Het beeld 'parkenland', als bruikbare metafoor voor Nederland vanuit het oogpunt van ruimtelijk beleid, wordt door het Rivierengebied krachtig ondersteund. (Dumont)

Wel te beïnvloeden factoren
Uitgaande van genoemde scenario's is het goed mogelijk daarop beleidsstrategieën van 2003 los te laten om vast te stellen in welke mate die factoren een sterk sturend effect hebben. Voor het Rivierenland zijn daarover o.a. de volgende opmerkingen te maken.

(1)    Van extensief naar intensief (economie)
Het Rivierenland heeft door de ligging aan corridors van het hoofdwegennet uitgelezen kansen op een sterke economische groei met hogere toegevoegde waarden. Niet vanwege het minimale profijt van een 'zichtlocatie', maar vooral om strategisch voordeel uit agglomeratie-netwerken te behalen door van elkaars kennis te profiteren. Die economische groei zou enerzijds voort moeten komen uit een sterkere autonome groei van de regio, anderzijds door een betere, c.q. andere benutting van de infrastructuur. Met (3) selectieve investeringen, als een sterk sturende beleidsstrategie, dient het keuzevraagstuk zich aan: 'verticale hiërarchie' (ruimtelijke verdeling - kernenhiërarchie) of 'horizontale netwerken' (economische interactie). (Atzema).

De keuze van de provincie (Peters) hierbij is prioriteit te geven aan de invulling van het kernenbeleid, alvorens de knooppuntgedachte verder uit te werken binnen de kwalitatieve eisen die het Rivierenland aan zichzelf stelt.

Het model van vijf ontwikkelingskernen (Tiel, Culemborg, Druten, Geldermalsen, Zaltbommel) creëert per saldo veel mogelijkheden en staat een grote economische diversiteit toe met als sectoren: landbouw, industrie, handel en diensten. De centrale ligging garandeert duurzame ondersteuning van de economische potentie van dit gebied, met nationale en internationale verbindingen. (Fernhout)

Van extensief naar intensief (ruimte gebruik)

Een belangrijke beleidskeuze is gekoppeld aan de strategie om te (4) intensiveren en te (5)  concentreren. De opvattingen hierover liggen behoorlijk op een lijn. Aan het volplempen van weilanden met bedrijfsgebouwen moet een einde komen. We moeten veel meer toe naar meervoudig ruimtegebruik en verschillende niveaus benutten voor verschillende doeleinden. (Peters).

Het idee van (6) evolutionaire benadering van economische ontwikkeling sluit daar goed op aan: op basis van de huidige economische structuur een keuze maken voor gewenste bedrijvigheid met behulp van innovatieve ideeën over kenniseconomie en creatieve destructie (= herstructurering van bedrijfslocaties). (Atzema)

(2)    Kenniseconomie
Voor een gezonde economie in het Rivierenland zouden er steeds beleidsimpulsen moeten uitgaan opzoek naar nieuwe ideeën. Het idee van een MTC bij Valburg blijkt te groots van opzet te zijn geweest, dat weerhoudt het gebied er niet van (7) kennis te vergaren om op kleinere schaal te zoeken naar natuurlijke combinaties van weg-, spoor- en waterbedrijvigheid. (Atzema)
Aansluitend daarop valt te denken aan beleid dat zich richt op het ontwikkelen van (8) kenniscentra en het bevorderen van (9) kennistransfer gerelateerd aan sectoren die in het Rivierenland kansrijk zijn, zoals bijvoorbeeld een logistiek kenniscentrum. Kennis over toeristische mogelijkheden in dit gebied is een ander voorbeeld voor kansrijke kennisconcentratie. (Fernhout).
Ook de aan water gelieerde bedrijvigheid vraagt om nieuwe concentraties van kennis. (Dumont)
Kennis over duurzame en visueel aantrekkelijke bebouwingen is een derde belangrijk voorbeeld, waar kennisontwikkeling dringend gewenst is. We moeten af van surrogaat-concepten, waar we nu mee worden geconfronteerd, zoals de zogenaamde jaren '30 huizen. (Peters) Bevordering van ICT-kennis wordt in het algemeen als een onmisbare doelstelling ervaren andere kennisgebieden adequaat te kunnen ondersteunen.

(4) Samenwerking
Twee institutionele randvoorwaarde zijn bepalend voor een gezonde ontwikkeling Rivierenland:

.(10) structuren van coördinatie, met name bij publiek-private samenwerking

(11) scheppen van vertrouwen, zodat men in elkaar investeert voor een cultuur van samenwerken. Daarbij zijn instituties niet de ingang van een proces van samenwerken, maar de uitkomst. (Atzema)

Rivierenland is een overzichtelijk gebied, waar samenwerking goed valt te organiseren en waar reeds sterke samenwerkingsverbanden bestaan. Aanvullende initiatieven zijn zeer welkom. (Fernhout)

De nota 'Nieuwe bruggen naar de toekomst' laat in verschillende scenario's over de maatschappelijke ontwikkeling naar 2025 én kansen én bedreigingen zien voor samenwerking. Belangenverschillen tussen individuen kunnen beleidsinitiatieven daarvoor sterk frustreren. (Dumont)

Advies Atzema
Versterk het organiserend vermogen van de regio.
(12) Inzet daarbij:
. adequaat reageren op veranderingen in omgeving
. alle partijen betrekken bij genereren van ideeën
. beleid formuleren voor een duurzame economische ontwikkeling in de regio
(13) Kritische factoren daarbij:
. aanwezigheid van gevoel van urgentie
. formulering kwaliteitssprong
. ontwikkeling samenhangende visie
. uitstippelen consistente strategie
. politiek en maatschappelijk draagvlak (leiderschap)
. regionaal netwerk van belanghebbenden

Urgente thema's  voor beleidsstrategieën Rivierenland

  1. Toeristische impuls
  2.  Creatief ruimtegebruik en visuele kwaliteit van bebouwingen
  3. Logistiek kenniscentrum
  4. Kenniseconomie
  5. Versterking zelforganiserend vermogen van de regio

De initiatiefnemers
Prov. Gelderland, KvK Tiel, VVD West-Betuwe en Bommelerwaard

tel: 0345 569465  of  06 51113815,  fax: 0345 568556  en  e-mail: kste@xs4all.nl