Rivierenland=Kennisland

Conclusies en samenvatting van de thema-avond 18 maart 2004

Kenniseconomie  en innovatie. Modieuze termen?  Of toch noodzakelijke voorwaarden  voor een economische impuls in Rivierenland? Dat is de vraag tijdens deze thema-avond: Rivierenland is Kennisland.

Het antwoord komt uit een twaalftal korte bijdragen, met een drietal invalshoeken:

  • De rol van de onderwijsinstellingen in Rivierenland
  • De kennisrelaties tussen de onderwijs- en marktsector
  • De innovaties in de marktsector.

Arend Fernhout constateert, als voorzitter van de Kamer van Koophandel Rivierenland, dat het innovatiegedrag van ondernemers in dit gebied maar zeer beperkt is en dat de aansluiting tussen opleidingen en bedrijfsleven gebrekkig is. Bovendien verdwijnen goed opgeleide jongeren via opleiding en stage in het hoger onderwijs definitief uit Rivierenland, terwijl de vraag naar hen in dit gebied de komende jaren zal toenemen.

Daarom pleit Fernhout voor meer samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven, voor het opzetten van kennissupermarkten en voor innovatienetwerken in de regio. Van een nieuw kennisintensief bedrijventerrein bij Deil zou een sterke innovatieve werking uit kunnen gaan.

Gedeputeerde Henk Aalderink pleit eveneens voor een innovatie-impuls in Rivierenland. Hij geeft daarbij als voorbeeld, hoe het kennisbeleid in Oost-Gelderland tot nieuwe economische kansen leidt, vooral op het gebied van voeding, gezondheid en technologie. Samenwerking is daarbij het sleutelwoord, dat ook de noodzakelijke voorwaarde voor Rivierenland zal zijn om innovatie op gang te helpen. Goede ideeën daarover wil de provincie graag steunen, maar het initiatief moet wel uit de regio komen.

VNO-NCW, bij monde van secretaris Peter Jellema, geeft een concreet voorbeeld van samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Het zogenaamde 'Fast forward'-programma bevat een systematiek van traineeship, waarbij pasafgestudeerden de kans krijgen de nodige praktijkervaring op te doen, terwijl bedrijven van actuele kennis vanuit de opleidingen gebruik kunnen maken. Een dergelijke systematiek zou ook goed toepasbaar zijn in Rivierenland.

Accountmanager Lejo Verschoor van ROC Rivor voegt het woord van Kamervoorzitter Fernhout bij de daad: hij kondigt de nieuwe opleiding recreatiemedewerker aan die volledig in afstemming met de branche is opgezet. Een belangrijke economische drager in dit gebied, recreatie en toerisme, krijgt hierdoor een sterke kennisimpuls. Een goed voorbeeld van marktgericht onderwijs dat past bij de wensen in een eerdere bijeenkomst over de ontwikkeling van toerisme en recreatie in Rivierenland.

Marit Wittenberg, doctoraal-studente Universiteit Utrecht, licht een onderzoeksproject toe, dat zich richt op het verzamelen van historisch materiaal in Rivierenland, uit te voeren door leerlingen in het voortgezet onderwijs.

Aan dit onderzoeksvoorstel zitten twee bijzondere kennisaspecten: (1) leerlingen krijgen inzicht in de ontwikkeling van hun eigen omgeving; (2) resultaten uit dit historisch onderzoek kunnen voor de toeristische routes in Rivierenland van toegevoegde waarde zijn. Het is aan de scholen in Rivierenland om dit onderzoeksaanbod op te pakken. Het Lingecollege bijt het spits af.

In de zo sterk bepleite relatie onderwijs-bedrijfsleven speelt het TechnoCentrum Zuidelijk Gelderland nadrukkelijk een rol, in het bijzonder als het gaat om gezamenlijke technische kennisontwikkeling. Die wisselwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs is terug te vinden in allerlei praktijkopdrachten, o.a. via afstudeeropdrachten, mede dankzij bemiddeling door het TechnoCentrum. Voorbeelden: toepassingen in de medische technologie vanuit de opleiding Life Sciences of die van industriële veiligheid en domotica.

In aansluiting op deze zoektocht naar innovaties in de techniek brengt Gert-Jan van Ingen, directeur De Vree en Sliepen, een heel treffend voorbeeld van een innovatieve aanpak die tot aanzienlijke economische voordelen in de bouw leiden. Zijn voorbeeld betreft een nieuwe manier van aanbesteding, in de vorm van bouwteams waarin alle disciplines in de bouwketen vertegenwoordigd zijn - van architect tot producent. De foutenreductie die deze wijze van werken met zich meebrengt, gaat in de richting van 25 % van de totale bouwsom. Tel uit je winst.

Een ander pregnant voorbeeld van economisch gewin door innovatief gedrag laten de power-point slides van Piet Middelbrink zien; hij is projectleider van de Energie Combinatie Bergerden. Een aantal glastuinders heeft het initiatief genomen voor een gecoördineerde vorm van ondernemerschap. Onder de bezielende leiding van burgemeester Rob Persoon wordt een plan uitgewerkt, waarbij de tuinders op een aaneengesloten gebied van ca 300 ha hun eigen bedrijf uitoefenen met gemeenschappelijke voorzieningen op het gebied van water en energie.

De opvallende winsten zijn: 10% energiereductie, CO-2 uitstoot binnen de scherpe milieu-normen en een hogere bedrijfswinst van 40 à 50 %.

Een derde voorbeeld van nieuwe kennis voor gezonde economische bedrijvigheid levert Rian Verwoert, directeur Fruitmasters. Rivierenland zou, wat hem betreft, Fruit Valley mogen heten. Niet door de bulkproductie van fruit, maar juist door specifieke fruitsoorten te ontwikkelen, die via panelonderzoek bij meer draagkrachtige consumenten passen. Rivierenland is het belangrijkste Nederlandse productiegebied van fruit.

Daarnaast houdt Rian Verwoert een warm pleidooi voor een hoogwaardiger inbreng van Rivierenland in de sfeer van transport en logistiek. Overslagmogelijkheden bij Haaften en/of Tiel voor kleine zeeschepen zou een geweldige impuls geven aan deze belangrijke economische drager in Nederland.

De opleidingen die hierbij passen, zouden een natuurlijke plaats verdienen in het gebied van Geldermalsen.

Technisch bedrijfsleider Kees van den Heuvel van Tilburg en Bastianen laat zien, dat van de vele transportbewegingen door Rivierenland er maar een klein deel voor rekening komt van ondernemers in dit gebied, terwijl de ligging van dit gebied zo strategisch is. Robuuste aanvulling op logistieke voorzieningen in Rivierenland biedt kansen voor een kwaliteitsimpuls in de werkgelegenheid van dit gebied.

Met overslagmogelijkheden bij Haaften en/of Tiel kunnen kleine zeeschepen extra toegevoegde waarden leveren aan de economische activiteiten in dit gebied. Deze activiteiten vragen tegelijkertijd hoogwaardige kennis, die via specifieke opleidingen in Rivierenland aangeboden kan worden.

De robuuste investering in transport en logistiek in Rivierenland is niet alleen goed voor het gebied zelf, maar versterkt tegelijkertijd de rol van Nederland als Distributieland als geheel en geeft een impuls aan het concept van een sterke Euroregio.

Enkele reacties van deelnemers in de discussie onder leiding van Dick de Jong:

  • Een noodkreet vanuit het onderwijs om voldoende stageplaatsen in het bedrijfsleven
  • Meer aandacht is nodig voor het thema personeelsbeleid
  • Meer aandacht is nodig voor het gebruik van de waterkracht van de rivieren voor bv energieopwekking
  • Oproep tot meer value added logistics in Rivierenland.

In de afronding van deze themabijeenkomst blijkt prof. Frans Boekema verrast door de concrete voorbeelden van innovatieve aspiraties in Rivierenland die het begrip kenniseconomie een concrete invulling kunnen geven. Hij pleit ervoor om vanuit de regio zelf verdere initiatieven te ontplooien om deze ontwikkeling te versterken. Voorbeelden uit andere regio's laten zien hoe succesvol dat kan zijn. Wel wijst hij op het gevaar, dat beleidsbepalende instanties buiten het gebied het idee Rivierenland=Kennisland sterk kunnen beknotten. Daarom: 'Rivierenland, past op uw saeck!'

Conclusies

Thema´s die vragen om verdieping zijn onder andere:

  1. Relatie onderwijsinstellingen en marktomgeving
  2. Agrobusiness (met specifieke aandacht voor fruitvalley)
  3. Value added logistics gericht op innovatieve concepten
    Toerisme en recreatie, gericht op versterking van de sector
  4. Personeelsbeleid en arbeidsmarkt Rivierenland
  5. Een kenniscentrum ten behoeve van de economische dragers in Rivierenland