Thema-avond Wet Maatschappelijke Ondersteuning

14 november 2005 - De Rotonde, Enspijk

Conclusies
(1)     De a.s. WMO staat niet toe op de huidige voet door te gaan met zorg- en welzijnsvoorzieningen. De wet dwingt tot herbezinning en tot grote doelmatigheid en creativiteit bij het organiseren van de benodigde maatschappelijke ondersteuning. Samenwerking is de kernboodschap.
(2)     Deze thema-avond, als een soort regionale community voor zorg en welzijn, laat zien dat regio Rivierenland daarvoor allerlei kansen heeft.
(3)     Een speciaal kennisplein voor zorg en welzijn, als onderdeel van een regionaal innovatie- en kennisnetwerk Rivierenland, kan die samenwerking nog versterken.

In de serie thema-avonden Ontwikkelingen Rivierenland is op 14 november 2005 de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning behandeld met inbreng vanuit wetenschap, overheid en markt. Deze WMO-avond mocht op grote belangstelling rekenen vanuit gemeentelijke, zorg- en welzijnsinstellingen in de regio. Het maatschappelijk belang van deze nieuwe wet is dan ook aanzienlijk:
(a)     Is de angst terecht dat de WMO met haar decentrale manier van organiseren en financieren de kwaliteit en betaalbaarheid van zorg- en welzijnsvoorzieningen aantast?
(b)     Of biedt de WMO ook nieuwe perspectieven?

Samenvattend is het volgende besproken. De sheets bij dit verslag zorgen voor detailinformatie.

De WMO - aanleiding voor herbezinning op zorg en welzijn?
Ineke Alsem, Maatschappelijke Ondernemersgroep, ziet in de discussie over de WMO een prachtige gelegenheid voor een nieuwe benadering van zorg en welzijn, met name voor het toenemend aantal ouderen. Neem niet meer uitsluitend de zorg als uitgangspunt en wees alert op kwetsbare groepen. De levensloop van mensen laat zien, dat hun fysieke kracht rond hun twintigste jaar op het toppunt ligt en daarna afneemt. De mentale kracht groeit echter gestaag door tot op hoge leeftijd met een top tussen de 60 en 80 jaar. De fysieke en de mentale kracht van mensen vormen samen de stuurkracht van hun welzijn en gezondheid. Nemen de fysieke krachten af en de gezondheidsproblemen toe, dan kan de mentale kracht voor compensatie zorgen om toch een zinvol leven te leiden: een leven in balans met voldoende zelfredzaamheid, met voldoende maatschappelijke betrokkenheid en met voldoende sociale samenhang.    
Voor kwetsbare groepen is die eigen stuurkracht niet vanzelfsprekend, met grote risico's voor de kwaliteit van hun bestaan. Daarom is de uitdaging van de WMO kwetsbare en niet-kwetsbare groepen in onze samenleving dichter bij elkaar te brengen: de Civil Society.
Maar dat gaat niet vanzelf. Drie beleidsrichtingen kunnen daarbij helpen: (1) het scheppen van een integraal kader voor wonen-welzijn-zorg, (2) integratie van lokale beleidsdomeinen, (3) welzijn gaat voor zorg.

Beschikken lokale overheden over de juiste kennis?
Anton Revenboer, Ernst & Young, stelt als centrale vraag, in hoeverre inwoners, gemeenten en zorg- en welzijnsorganisaties elkaar kennen, als het gaat om de zorg- en welzijnsbehoeften. Hij splitst deze vraag uit in soort checklist waarmee de verschillende invoeringsaspecten van de WMO beoordeeld kunnen worden. In grotere gemeenten zullen andere accenten komen te liggen, dan in kleinere landelijke gemeenten. Hoewel de nieuwe wet nog definitief vast gesteld moet worden, is wel duidelijk dat decentralisatie de kern van de wet wordt. Dit betekent dat gemeente en gemeenteraden een bepalende rol spelen bij kaderstelling, organisatie en bewaking van de WMO. Gemeentebeleid wordt daarmee bepalend, hoe maatschappelijke organisaties bij de uitvoering betrokken worden en hoe aanbestedingen van zorg- en welzijnsvoorzieningen gaan plaats vinden. Een keuzevraagstuk hierbij is de smalle of brede optie: die van louter professionals, of die van een sterke betrokkenheid van burgers (de civil society). Het intelligent organiseren van de WMO kan tot aanzienlijke beheersing van kosten leiden. Zodra de gemeenteraad gekozen heeft, kunnen burgers zich een beeld vormen van kwaliteit en kosten van de gewenste maatschappelijke ondersteuning. De gemeenten in Rivierenland zijn met de WMO goed op weg als het gaat om bespreking en richting kiezen. Daarbij overwegen sommige gemeenten voor de smalle optie, andere voor de brede optie met een aanzienlijk beroep op burgerparticipatie.  Voor maatschappelijke organisaties betekent dit keuzeproces een periode van onzekerheid, omdat de continuïteit van bepaalde dienstenlevering niet meer vanzelfsprekend is. Denk hierbij o.a. de Thuiszorgorganisaties. Het aspect van huishoudelijke zorg komt in het eerste kwartaal op de gemeentelijke agenda's te staan. Het kan zijn, dat de aanbestedingsprocedure ervan onder tijdsdruk komt te staan. Maar dat is afhankelijk van de snelheid waarmee de WMO wordt vastgesteld en ingevoerd.
Conclusie: Als de kleinere gemeente in Rivierenland haar burgers kent, kan die gemeente volop inspelen op wensen van die burgers bij de ontwikkeling en invoering van de WMO. Bij de bekostiging van die wensen kan diezelfde gemeente aanzienlijk schaalvoordeel behalen door met andere gemeenten in de regio samen te werken.  

Kent de gemeente Neerijnen haar burgers?
Jaap Huibers, Universiteit Utrecht, heeft in opdracht van de gemeente Neerijnen zijn afstudeeropdracht besteed aan een onderzoek naar woon-, welzijn- en zorgbehoeften onder 60-plussers in deze gemeente. De resultaten van dit onderzoek geven indicaties hoe de gemeente samen met woningcorporaties, zorgaanbieders en welzijnsinstellingen weloverwogen maatregelen kan treffen voor wonen, zorg en welzijn. Zo zijn er verschillen in woonwensen tussen actieve en passieve senioren, of tussen senioren in middelgrote en kleine kernen. Ook blijkt, dat senioren met goede sociale contacten minder snel afhankelijk zijn van zorgvoorzieningen.
In de gemeente Geldermalsen loopt een zelfde soort onderzoek.

Korte bijdragen vanuit het veld

Duurzame relaties onderwijs en WMO - Ben Boon, decaan ors Lek en Linge, wijst op de kansen die onderwijsinstellingen bieden bij het uivoeren van allerlei maatschappelijke taken. Meer praktijk in de opleiding, o.a. in de vorm van maatschappelijke stages, biedt goede ondersteunende mogelijkheden voor de WMO. Instellingen in Culemborg die hier belang bij hebben, overleggen met elkaar: Vrijwilligers Informatie Punt, gemeente Culemborg , diverse vrijwilligersorganisaties, Sociaal Cultureel Werk Palet en ors Lek en Linge. 

Inspirerende voorbeelden  - Peter de Graaff, rector csg Heerenlanden College, onderstreept de wenselijkheid van bindingen tussen onderwijs en maatschappij. Dat kan via individuele stages, maar ook met projectengroepen van studenten met een verschillend opleidingsniveau (zgn. verticale structuur). Voorbeeld: het opzetten van een boodschappendienst voor ouderen. Scholen nemen hierbij initiatieven, omdat blijkt dat daardoor een groeiende motivatie en een sterker bewustzijn bij leerlingen ontstaat voor wat zich in hun omringende samenleving voordoet. Diverse leerlingen zetten vervolgens op eigen initiatief het traject van vrijwilligerswerk voort. Positieve resultaten dus, ook zelfs na  de 'verplichte' leerperiode.

Een regionaal vrijwilligers trefpunt - Miranda Arendsen, Humanitas, constateert dat er veel meer samenhang in de lappendeken van het vrijwilligersaanbod wenselijk is en pleit voor een regionaal vrijwilligers trefpunt. 

De mantelzorg kent zijn grenzen - Art Lemkes, St. Thuiszorg Rivierenland, stelt vast, dat de mantelzorg met zijn extra, onbetaalde zorg aan familie, kennissen of andere sociale netwerken een belangrijke pijler van de WMO wordt. Het lijkt er echter op dat de belasting van die mantelzorg haar grenzen heeft bereikt. Zorgkwaliteit kan niet zonder geld. Het is aan de lokale overheden om die kwaliteit zo doelmatig mogelijk te organiseren en daarbij te zoeken naar de juiste combinatie van hulp door professionals en vrijwilligers.

Regionale afstemming  - Henk Wichgers, WMO-portefeuillehouder bestuur Regio Rivierenland, gaat specifiek in op het aspect van zorgplicht, ook binnen de WMO. Een zestal zorgverleners in Rivierenland hebben de taak aan de geïndiceerde zorgvraag te voldoen. Door die indicatie is de omvang van de bestaande zorgbehoefte bekend. Hoe die er op termijn uitziet, is de vraag. De beleidsruimte voor welzijn wordt steeds minder. Onzeker is hoe de wetgever en de lokale politiek hier mee omgaan. Daarom is het voor beleidsmakers verstandig nu alvast te zoeken naar nieuwe manieren van organiseren, zoals het instellen van een loketfunctie, het investeren in nieuwe instrumenten en het benutten van het regionaal inkoopbureau.

Steun van een regionaal innovatie- en kennisnetwerk - Klaas Stegeman, VVD regio Rivierenland, refereert tot slot aan een initiatief voor een digitaal innovatie- en kennisnetwerk in regio Rivierenland. In dat netwerk worden diverse kennispleinen opgenomen, waarop specifieke thema's en hun kennisdragers te vinden zijn. Ze zijn een soort regionale 'communities' voor kenniscontacten, kennisuitwisseling en kennissamenwerking. Het zorg- en welzijnsplein zal zo een overzicht geven van wat er op dit terrein binnen de regio speelt en hoe belanghebbenden daarop kunnen inspelen. Op deze wijze kan een modern netwerksysteem helpen bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. 

Mede dankzij Ernst & Young is deze WMO-avond mogelijk geworden.

De serie thema-avonden Ontwikkelingen Rivierenland is een initiatief van VVD Rivierenland onder het motto: 'Eerst kennis, dan kiezen.'